Het is altijd fijn om als bijna-pre-pogingtot-volwassene fixe commentaar te geven op de generatie die na jou volgt en het sowieso pakken slechter doet. En na een avondje uit op één van de meest zwoele feestjes dezer tijden, besloot ik mijn ex-passoa-gal eens uit te spuwen.
Op enkele jaren tijd kan er veel veranderen, zo ook in de uitgaansscene, althans bij de jeugd die uitgaat dan. Fuiven waar effectief veel gedanst wordt, daar komen dansers op af, en als ex-danser (bijna 22 is echt oud dan) heb ik de evoluties mogen meemaken. Ik schets even mijn dansperiode zo vlak na de eeuwwisseling :
Onze outfits kwamen uit dure sportwinkels, niet uit de Coolcat. Wie met z’n verleidelijk lange lokken eens wou zwieren, mocht er de schaar inzetten of op z’n minst er een rekkertje ronddoen, paardestaartjes waren een MUST. Had je een jeans aan, kon je terug naar huis keren en oja… wij waren de rasechte string-generatie. Toen was dat stukje (reepje?) stof nog uberhip-multifunctioneel en was het uit den boze dat je 5 cm hellokittymateriaal boven je broek toonde, of lelijke aftekeningen had op je poep.Wij brachten onze vrijdagavonden niet door voor de webcam, maar hardwerkend in een dansschool : plakkend aan een matje, met bibberende benen in de lucht en minstens 2 coaches die schreeuwden “dat je best wel wat beter kon en als er iemand zich liet vallen er nog 30 buikspier-oefeningen werden bijgelapt”.
Toen was dansen dril, raakte je makkelijk in een trance. Van trainen en verder willen, van afwerking en techniek. Want dat is wat dansen is. Een techniek, een uiting, een onwaarschijnlijke controle kunnen hebben over elke minuscule spier aanwezig in je lichaam. Wie zich in september inschreef met een aanwezig-blubberbuikje, stapte eind juni buiten met een “body om U tegen te zeggen”. Je haalde de echte dansers er zo uit : verfijnd, afgetraind en een ongelooflijke drang naar perfectie. En wij dansten zonder problemen op “Do you really wanna touch it” van Monifah zonder daarvoor Childfocus op ons dak te krijgen wegens obscene bewegingen. Wij dronken liters cola, water en AA-drink en lieten de duvels en vodka-cola’s voor andere ketters.
Van al dat dansen kreeg je na een tijdje dan ook blessures en 50 hernia’s later speel ik graag toeschouwer in plaats van danser. En ja, zo te zien zijn er toch wel een aantal technieken bij het grof huisvuil gezet. Maar sinds welke eeuw behoren volgende vakmanschappen tot de titel “ik ben een danser”?? Kleren worden er al niet meer aangedaan, onderbroekjes vergeten. Het dansen zelf bestaat dan uit schuren tegen al wat beweegt (paal, muur, een volslagen onbekende of een onvolgroeide piemel) en heel erg veel shaken. Dat shaken bestaat dan uit “ik schud mijn borsten bijna uit mijn Wonderbra” of “ik kan mijn heupen bijna net zoals Shakira bewegen met een beetje verbeelding”. Kenners weten dat Shakira’s befaamde “bellyroll” wel niet bestond uit “ik rol eventjes m’n buikvet en dat lijkt er dan ook wel op”.
Meermaals per avond hebben wij, de zure oude pokkewijven, een “move bitch, get out the way!”-momentje (naar Ludacris’ liedje!) en vragen we ons af waar in godsnaam die ouders zitten. Die ouders die ons vroeger terug naar boven stuurden als we op 14-jarige leeftijd een topje met een V-hals wouden aantrekken. Of in minirokje op onze fiets kropen.
Natuurlijk trekken zo’n scenes ook wel nog publiek aan. Vroeger vond je de stoere jongetjes achter de glazen wand in onze dansschool, kwijlend als wij daar met onze benen in de lucht op dat matje lagen. Tegenwoordig lopen diezelfde hipsters met 5 megalenzen rond om elke ronding voor eeuwig en altijd op foto vast te leggen. Of om zelf een uitgebreide halfpornografische collectie aan te leggen.
En wij? Wij staan er bij en kijken er naar. Met veel plezier en een tikkeltje walging.
Heb ik iets tegen te blote jurkjes en blubberbuiken? Helemaal niet. Maar onze generatie verdiend ook geen wijzende vingers op vlak van onze reeds aanwezige buik- en bilspieren. Die zijn er niet zomaar gekomen als danser, daar is hard voor gewerkt. And I’m fucking proud of that.
Heb ik dan iets tegen die losbandige generatie? Helemaal niet. Wij waren ook niet heilig en kropen ook af en toe op het podium met een passoa in de hand, of werden later op de avond ook door een knapperd tegen de muur van Sint-Paulus geplakt.
Ik hoop alleen maar dat zij er, in hun glorie-hoogdagen van het uitgaan, even gelukkig mee zijn als wij toen.